Veel voorkomende vragen m.b.t. het praktijkexamen:

Het theorie-examen. Uit wat voor onderdelen bestaat dit?

Het theorie-examen bestaat uit drie onderdelen:

  • Een onderdeel over gevaarherkenning. Dit bestaat uit 25 vragen.
  • Een onderdeel over verkeersregels. Dit bestaat uit 30 vragen.
  • Een onderdeel over verkeersinzicht. Dit bestaat uit 10 vragen.

Hoe ziet gevaar herkenning eruit op het examen?
Bij het onderdeel gevaar herkenning krijg je dia’s van verkeerssituaties te zien. In beeld zie je de achteruitkijkspiegel, de snelheid waarmee je rijdt en eventueel of je knipperlicht aanstaat. Je moet hierbij steeds aangeven wat je in deze verkeerssituatie zou doen. Er zijn drie mogelijkheden:

  • remmen (dat wil zeggen flink snelheid verminderen of zelfs stoppen, want er dreigt acuut gevaar);
  • gas loslaten (dat wil zeggen extra opletten en voorbereid zijn om iets anders te doen, want er ontstaat misschien een gevaarlijke situatie😉
  • niets (dat wil zeggen gewoon door blijven rijden met dezelfde snelheid, want er is niets aan de hand).

In het theorie-examen krijg je bij het onderdeel gevaarherkenning per vraag 8 seconden de tijd. Dat lijkt misschien weinig. Bedenk dan dat je in het echte verkeer vaak in minder dan één seconde moet beslissen wat je doet in een gevaarlijke situatie. Daar is 8 seconde lang! Je bent geslaagd als tenminste 13 vragen goed hebt van het onderdeel gevaarherkenning en tenminste 35 vragen goed hebt van de onderdelen verkeersregels en verkeersinzicht Het examen duurt ongeveer drie kwartier.

De tussentijdse toets. Wat houdt dit in?

De tussentijdse toets(TTT) is een rijtest die verloopt als een echt examen. Het is een goede gelegenheid om alvast te wennen aan het rijexamen; het kan je helpen om eventueel nervositeit weg te nemen. Een examinator van het CBR beoordeelt je rijvaardigheid. Na afloop van de toets krijg je een advies over de examenonderdelen waaraan je nog extra aandacht moet besteden. Als je de bijzondere manoeuvres goed uitvoert, krijg je vrijstelling voor dit onderdeel tijdens het eerstvolgende examen.

Om in aanmerking te komen voor de toets, moet je in het bezit zijn van een geldig theoriecertificaat. Je moet dit tonen voor aanvang van de TTT, samen met een geldig identiteitsbewijs, een ingevuld formulier Zelfreflectie en de reserveringsbevestiging.

De rijschool bepaalt samen met jou de datum en het tijdstip van de toets. Het mag duidelijk zijn dat een toets niet zinvol is als je net begonnen bent met je rijopleiding. Meestal gebeurt dit als je ongeveer tweederde tot driekwart van je rijopleiding achter de rug hebt.

Na afloop van de toets krijg je van de examinator een adviesformulier mee. Hierop staan dezelfde onderdelen als op het uitslagformulier van het rijexamen. Per examenonderdeel brengt de examinator een advies uit. Aan de hand van dit formulier zie je precies waaraan je nog moet werken samen met je instructeur. Zorg dat je het adviesformulier bij je hebt als je examen doet. Dit is met name belangrijk als je vrijstelling hebt gekregen voor het onderdeel manoeuvres. Daarnaast kan het adviesformulier de doorslag geven bij twijfel over de examenuitslag.

Het praktijkexamen. Wat kan je verwachten?

Er wordt van je verwacht dat je zelfstandig kan rijden, gevaar herkend en milieubewust rijdt.

Zelfstandig route rijden. Dit kan op één van drie manieren worden uitgevoerd:

  • Je moet naar een oriëntatiepunt rijden dat niet vooraf vastligt, maar dat je wel kent, óf kan zien. Een oriëntatiepunt staat niet vast. Het is een locatie die je goed kent, zoals een school of sportclub. Ben je onbekend in het examengebied dan kan de examinator je vragen om naar een goed zichtbaar punt te rijden, zoals een kerktoren of een flatgebouw. Het examen kan hiermee beginnen, maar kan er ook mee worden afgesloten. Je krijgt dan de opdracht om vanaf een oriëntatiepunt terug naar de examenplaats te rijden.
  • Je krijgt meerdere route opdrachten tegelijk (clusteropdracht), gecombineerd met de blauwe ANWB-borden. De clusteropdracht betreft een gedeelte van de route. Deze opdracht is altijd beperkt in lengte en zal één of meerdere keren herhaald worden om te checken of je het begrepen hebt. Het is een nabootsing van de situatie waarin de bestuurder de weg vraagt aan een voorbijganger en vervolgens krijgt uigelegd hoe hij naar de gevraagde locatie moet komen. De reeks van routeopdrachten zal bestaan uit minimaal drie en maximaal vijf opdrachten. Er kan je ook gevraagd worden om de blauwe ANWB-borden naar een bepaalde bestemming te volgen.
  • Je rijdt met behulp van een navigatiesysteem. Het rijden met een navigatiesysteem wordt alleen gevraagd als bekend is dat de rijschool hierover beschikt. Het rijden met een navigatiesysteem kan in principe op ieder moment in het examen worden toegepast.

De examinator bepaalt op welke van de drie manieren je het ‘zelfstandig rijden’ moet uitvoeren. Het bereiken van het juiste eindpunt is geen doel op zich. Het gaat erom dat je veilig rijdt en verantwoorde keuzes maakt.

Bijzondere manoeuvres, waarvan je in de meeste gevallen twee moet uitvoeren:

  • Omkeeropdracht. Bij de omkeeropdracht krijg je al rijdende te horen dat je de weg in tegenovergestelde richting moet gaan volgen. Jij kiest zelf waar en hoe je keert. Je kunt dit doen via een halve draai, steken of een bocht achteruit. Je moet hierbij laten zien dat je op basis van een goede inschatting van de verkeerssituatie tot een adequate oplossing komt.
  • Parkeeropdracht. De examinator kan ook kiezen voor een parkeeropdracht in een straat of op een parkeerterrein. Hierbij krijg je de opdracht om de auto zo dicht mogelijk bij een opgegeven locatie te parkeren. Dit kan bijvoorbeeld de ingang van een winkelcentrum zijn. Ook hier bepaal je zelf hoe je de parkeeropdracht uitvoert.
  • Stopopdracht. Verder is een stopopdracht mogelijk. Daarbij moet je zo kort mogelijk achter een ander voertuig stoppen, om aansluitend vooruitrijdend weer aan het verkeer deel te nemen. Dit kan zowel aan de linker- als de rechterzijde van de rijbaan. Hierbij is het van belang dat je een juiste inschatting hebt van de lengte van de neus van de auto.

Van deze drie kiest de examinator er twee. Daarnaast kan de examinator steekproefsgewijs de hellingproef laten uitvoeren. In één van de bijzondere manoeuvres moet in ieder geval een keer een stukje achteruit rijden voorkomen. Bij de uitvoering hiervan is niet alleen het technische aspect belangrijk. Er wordt vooral ook gelet op de keuzes die daaraan vooraf gaan, zoals de plaats, het moment en de wijze waarop je de opdracht uitvoert.

Gevaarherkenning door situatiebevraging:

  • Bij dit onderdeel wordt je na uitvoering van een verkeerssituatie gevraagd waarom jij dat op die manier hebt gedaan. Wat of hoe heb je de situatie opgelost en welke afwegingen heb je hierbij gemaakt? Er wordt altijd even gestopt bij dit onderdeel. Het bespreken van een verkeerssituatie heeft overigens helemaal niets te maken met het wel of niet goed uitvoeren van een verkeerstaak.

Zelfreflectie:

  • Vóór het examen vul je een vragenlijst in, bijvoorbeeld thuis of tijdens de rijlessen. Die lijst geef je aan het begin van het examen aan de examinator. Deze bekijkt de antwoorden pas ná de examenuitslag en bespreekt samen met jou de antwoorden. Van belang hierbij is dat je een realistisch beeld hebt van jouw capaciteiten en beperkingen als automobilist. Zelfreflectie is bedoeld om het gedrag van aankomende rijbewijsbezitters op een positieve manier te beïnvloeden. Het is echter geen vaardigheid en wordt daarom niet in de beoordeling meegenomen.

Milieubewust rijgedrag:

  • Voor een beter milieu en voor jouw eigen portemonnee is het belangrijk dat je milieubewust auto rijdt, dus volgens de principes van “Het Nieuwe Rijden”. Milieubewust rijgedrag wordt in het rijexamen als een afzonderlijk item beoordeeld. Hierbij wordt vooral gekeken naar het anticiperend rijgedrag, zoals het rijden met een constante snelheid en het maximaal gebruikmaken van het rollend vermogen van de auto. Dit draagt niet alleen bij aan vermindering van het brandstofgebruik, het heeft ook een positieve invloed op veilig rijgedrag.

Dit kan allemaal wat overweldigend over komen, maar weet dat als jij opgaat voor het examen, dit alleen is omdat jij alles perfect beheerst. Dus ontspan en geniet.